Onderzoek onder muizen, gepubliceerd in augustus 2024, laat zien dat het gebruik van antibiotica in de vroege levensfase het risico op het ontwikkelen van allergieën en astma op latere leeftijd aanzienlijk kan verhogen. De resultaten leveren nieuwe inzichten op in de relatie tussen antibiotica en allergie en laten zien hoe verstoringen van het darmmicrobioom de ontwikkeling van het immuunsysteem kunnen beïnvloeden.
Uit de studie bleek dat de muizen die in hun vroege leven antibiotica kregen, gevoeliger waren voor allergische luchtwegontstekingen veroorzaakt door huisstofmijten, zelfs nadat hun darmmicrobioom weer genormaliseerd was. Dit benadrukt de langdurige gevolgen van antibiotica op de microbiële kolonisatie en de immuunrespons. De bevindingen ondersteunen de hypothese dat er een belangrijke relatie bestaat tussen antibiotica en allergie, waarbij veranderingen in de darmflora langdurige effecten kunnen hebben op het risico op allergische aandoeningen.
Verlaagde niveaus van indool-3-propionzuur
De studie toonde aan dat het antibioticagebruik leidde tot een afname van de niveaus van indool-3-propionzuur (IPA). IPA is een metaboliet die uit tryptofaan geproduceerd wordt door darmbacteriën en cruciaal is voor de mitochondriale functie en de algehele cellulaire gezondheid. Een vezelrijke en/of gefermenteerde voeding kan de niveaus van IPA verhogen. Daarmee onderstreept het onderzoek het belang van de relatie tussen voeding en allergie, aangezien voedingskeuzes invloed hebben op de darmbacteriën en de productie van gezondheidsbevorderende metabolieten.
De afname van IPA resulteerde in veranderingen in cellulaire stress, metabolisme en mitochondriale ademhaling in het longepitheel, wat leidde tot een verhoogde ontstekingsreactie.
Een opmerkelijke bevinding was dat suppletie met IPA in de vroege levensfase de negatieve effecten van antibiotica weer kon tegengaan. Muizen die antibiotica kregen, aangevuld met IPA, vertoonden minder ernstige symptomen van allergische luchtwegontstekingen in de volwassenheid dan de muizen die geen IPA kregen.
Deze resultaten benadrukken niet alleen de mechanismen waardoor antibiotica in het vroege leven de longen vatbaarder kunnen maken voor allergische reacties, maar bieden ook een mogelijke preventieve benadering voor gezondheidsprofessionals. Het integreren van indool-3-propionzuurbevorderende voedingsmiddelen, zoals vezelrijke en gefermenteerde producten, sluit aan bij de groeiende belangstelling voor de relatie tussen voeding en allergie.
Door aandacht te besteden aan darmgezondheid via voeding kan mogelijk een deel van de schadelijke gevolgen van antibioticagebruik worden beperkt. Daarmee laat dit onderzoek zien hoe nauw antibiotica en allergie met elkaar verbonden kunnen zijn en waarom ook voeding en allergie steeds vaker samen worden onderzocht in wetenschappelijke studies.
Hoewel muismodellen geen mensen zijn, sluiten de bevindingen aan bij epidemiologische signalen bij kinderen die vroeg en herhaaldelijk antibiotica kregen. Ze onderstrepen terughoudend antibioticabeleid, het belang van nauwkeurige diagnostiek en het overwegen van smalspectrummiddelen waar mogelijk. Klinisch onderzoek bij zuigelingen is nodig om optimale doseringen, timing en voedingsinterventies rondom IPA te bepalen. Voor ouders en zorgverleners kan het ondersteunen van de darmdiversiteit met vezels, gefermenteerde voeding en eventueel probiotica een praktische, laagdrempelige strategie zijn naast zorgvuldig antibioticagebruik.
Referentie: Perdijk, et al. Antibiotic-driven dysbiosis in early life disrupts indole-3-propionic acid production and exacerbates allergic airway inflammation in adulthood. Immunity. 2024 Aug 13;57(8):1939-1954.e7.
