De Pauling Code
(Wolfgang Diekstra, hoofdredacteur)
De laatste tijd worden we weer regelmatig getrakteerd op publicaties waaruit zou blijken dat het gebruik van voedingssupplementen geen zin heeft. Twee recente voorbeelden: Ouderen die regelmatig calcium- en vitamine D-supplementen gebruiken hebben net zoveel kans op botbreuken als leeftijdgenoten die geen supplementen gebruiken (Lancet, april 2005) en het langdurig gebruik van vitamine E door ouderen met diabetes of een hartziekte verkleint het risico op kanker of een hartaandoening niet, sterker nog, het zou in sommige gevallen het risico op hartfalen vergroten (JAMA, maart 2005).
Ik wil nu niet ingaan op de feitelijke onjuistheid van deze onderzoeken, maar het valt mij wel op dat dergelijke publicaties juist veel aandacht krijgen in een tijd dat er nieuwe wetgeving zit aan te komen. Blijkbaar moet het grote publiek via de media nog eens worden gewezen op de nutteloosheid of zelfs gevaren van het gebruik van voedingssupplementen, zodat straks de wetgeving die de beschikbaarheid van dergelijke producten beperkt met begrip en instemming zal worden begroet. Maar waarom hoort het grote publiek weinig of niets over bijvoorbeeld onderzoeken waaruit blijkt dat het op grote schaal verstrekken van multivitamines, selenium en zink aan de bevolking van Afrika het aantal HIV-besmettingen en AIDS-doden daar drastisch zou kunnen beperken? Dat de farmaceutische industrie in haar 'goedheid' heeft besloten om AIDS-remmers met korting te slijten aan de derde wereld wordt dan wel weer breed uitgemeten.
Anders dan degenen die een alternatieve benadering van ziekte en gezondheid voorstaan heeft de farmaceutische industrie - en in haar kielzog de reguliere geneeskunde - haar pr blijkbaar piekfijn in orde. Zij beschikken over middelen en connecties die overheden en media kunnen sturen, alsmede over talloze pleitbezorgers, in Nederland bijvoorbeeld Cees Renckens en Piet Borst, die gewapend met pen of microfoon ten strijde trekken tegen alles wat de voor hen heilige Opera Pharmaceutica bedreigt of bekritiseert.
De schrijver Dan Brown heeft in kerkelijke kringen en daarbuiten veel stof doen opwaaien met zijn roman 'De Da Vinci Code''. Deze intrigerende roman beschrijft een zoektocht naar een 'heilige graal' die documenten met de verzwegen waarheid over het Christendom zou bevatten, en de pogingen van het Vaticaan en een sekte genaamd Opus Dei om deze waarheid geheim te houden voor de mensheid. Een geheim genootschap, waarvan allerlei beroemde wetenschappers en kunstenaars deel hebben uitgemaakt, heeft er eeuwenlang voor gezorgd dat deze documenten niet voor altijd achter slot en grendel van het Vaticaan zijn verdwenen. Met enige fantasie zijn er parallellen te trekken tussen de in dit boek beschreven fictieve zaken en de feitelijk handelwijze van de farmacie/reguliere geneeskunde.
Het gebruik van lichaamsvreemde farmaceutica is typisch een uitvloeisel van het mechanistisch en reductionistisch wereldbeeld van Newton en Descartes, dat in de zeventiende eeuw is ontstaan en waarin de mens is gereduceerd tot een moleculaire machine. Hapert de machine, dan moet er aan de processen worden gesleuteld of het kapotte onderdeel moet worden vervangen. Deze benadering staat haaks op de ideeën van de Griekse arts Hippocrates, die desondanks nog steeds wordt gezien als de grondlegger van onze moderne geneeskunde. Hij zag juist gezonde eet- en drinkgewoonten en een natuurlijk verloop van processen in het lichaam als sleutel tot het genezen van ziekten.
Velen hebben zich in de loop der tijden sterk gemaakt voor een herwaardering van deze opvattingen als tegenwicht voor de mechanistische en reductionistische geneeskunde. Zo wees Linus Pauling, de grondlegger van de orthomoleculaire geneeskunde, aan het eind van de jaren dertig van de vorige eeuw op het belang van vitamines en verdiepte hij zich later in de biochemie van voeding. Zijn publicaties over vitamine C en over de rol van vitamines bij de behandeling van psychische aandoeningen waren baanbrekend en werden daarom verguisd door de volgelingen van de Opera Pharmaceutica. Hetzelfde lot moesten in Nederland Cornelis Moerman en Hans Houtsmuller ondergaan. Hun ideeën over de rol die voeding bij het ontstaan en de behandeling van kanker kan spelen werden systematisch de grond in geboord en Houtsmuller werd zelfs openlijk voor leugenaar en kwakzalver uitgemaakt. Hetgeen uiteraard weer uitvoerig in de media werd belicht. Dat de rechter later oordeelde dat deze kwalificaties onjuist en onterecht waren, werd heel wat minder prominent gebracht. Evenzo kunnen Piet Borst en het KWF rustig blijven beweren dat er geen onderzoeken bestaan waarin een mogelijke rol van voedingsstoffen bij de behandeling van kanker wordt aangetoond, terwijl Engelbert Valstar een lijst met inmiddels honderden van deze onderzoeken heeft samengesteld.
En zo slagen de reguliere en farmaceutische geloofsgenoten er keer op keer in om diegenen die ideeën in het verlengde van Hippocrates verkondigen te ridiculiseren en daardoor het heilige geloof in de Opera Pharmaceutica overeind te houden en hun eigen belangen veilig te stellen.
In 'De Da Vinci Code' gaat het om het in handen krijgen van documenten met de werkelijke waarheid over het Christendom, die slechts bij een handjevol mensen bekend is en die de katholieke kerk kost wat kost geheim wil houden. Je zou kunnen stellen dat ook het grote nut van voedingssupplementen als aanvulling op, of alternatief voor farmaceutische middelen slechts bij een relatief kleine groep mensen echt bekend is en dat de reguliere geneeskunde en de farmacie dit graag zo willen houden. Het verschil is echter dat de documenten die het nut van voedingssupplementen bevestigen al volop beschikbaar zijn, maar er wordt geen aandacht aan besteed. Daarom zou het een goede zaak zijn als de orthomoleculaire beweging zich wat minder zou bezighouden met het uitwisselen van informatie met uitsluitend gelijkgestemden en wat meer toegang zou proberen te krijgen tot de media die het grote publiek bedienen. Linus Pauling wilde immers geen sekte maken van de orthomoleculaire geneeskunde. Veel mensen zijn er (dankzij de media en de krachten daarachter) nog steeds van overtuigd dat het gebruik van voedingssupplementen een kostbare luxe is die nauwelijks nut heeft en eigenlijk alleen maar dure urine oplevert. Een grotere bekendheid van de ideeën van Pauling en andere orthomoleculaire pioniers zal daar zeker verandering in brengen.
|