Minder risico op metabool syndroom bij hogere magnesium-consumptie
In een prospectieve Amerikaanse studie onder 4.637 jonge volwassenen (leeftijd bij het begin van het onderzoek 18 tot 30 jaar) werd een mogelijk verband tussen de magnesium-inname en het ontstaan van het metabool syndroom onderzocht. De term metabool syndroom (ook wel syndroom X genoemd) heeft betrekking op een combinatie van ongezonde symptomen die tezamen een verhoogd risico voor hart- en vaataandoeningen en type II-diabetes opleveren. Tot de verschijnselen van het metabool syndroom behoren onder meer hypertensie, abdominale vetzucht en een verhoogd triglyceridengehalte in het bloed. In het hier vermelde onderzoek werden de diagnostische criteria volgens NCEP/ATP III (National Cholesterol Education Program/Adult Treatment Panel III) toegepast. Bij het begin van de studie leed geen van de proefpersonen aan het metabool syndroom of aan diabetes. Om de magnesiumconsumptie van de proefpersonen te bepalen werd gebruikgemaakt van een door een interviewer afgenomen voedselfrequentie-vragenlijst.
Tijdens de 15 jaar durende follow-up periode ontwikkelde zich bij 608 personen het metabool syndroom. Na aanpassing voor diverse andere factoren die het ontstaan van het syndroom kunnen beVnvloeden bleek een omgekeerd verband te bestaan tussen de magnesium-inname en het optreden van het metabool syndroom. Vergeleken met de personen in het laagste kwartiel van de magnesium-inname was het metabool syndroom-risico bij degenen in het hoogste kwartiel ongeveer 30% lager. Verder werd onder meer een omgekeerde relatie tussen de magnesiumconsumptie en het nuchtere insulinegehalte geconstateerd.
He K et al: ’Magnesium intake and incidence of metabolic syndrome among young adults’; Circulation 113(13):1675–1682, 4 april 2006.
Terug naar overzicht
|