Remmende werking van groene thee-bestanddeel EGCG op proliferatie van chondrosarcoomcellen
Blijkens een onderzoek, gepubliceerd in Biochemical and Biophysical Research Communications, heeft het groene thee-bestanddeel EGCG (epigallocatechine-3-gallaat) in-vitro een sterke inhiberende werking op menselijke chondrosarcoomcellen. Toevoeging van EGCG resulteerde op een dosis-afhankelijke wijze in remming van de proliferatie en bevordering van het door apoptose afsterven van de maligne cellen. Menselijke chondrosarcoomcellen van het type HTB-94 werden behandeld met verschillende concentraties EGCG. Daarbij bleek dat deze in groene thee voorkomende catechine een remmende invloed had op de proliferatie van de maligne cellen en dat de remmende werking toenam als de dosering werd verhoogd. Vergeleken met cellen waaraan geen EGCG was toegevoegd was de proliferatie van chondrosarcoomcellen die gedurende 24 uur met 5μM EGCG waren behandeld circa 80% afgenomen. Tevens werd aangetoond dat EGCG-behandeling van de maligne cellen resulteerde in verschijnselen van DNA-fragmentatie die kenmerkend zijn voor apoptose (geprogrammeerde celdood). Ook dit effect was bij hoge EGCG-concentraties duidelijker dan bij lagere doseringen.
Een ander kenmerk van apoptotische celdood is activering van bepaalde proteasen uit de caspase-familie. In overeenstemming hiermee werd vastgesteld dat in chondrosarcoomcellen die met EGCG waren behandeld de activiteit van de zogenoemde caspase-3/CPP32-like proteasen significant groter was dan in cellen waaraan het groene thee-bestanddeel niet was toegevoegd. Ook werd geconstateerd dat de apoptose-inducerende werking van EGCG sterk verminderde als de maligne cellen tevoren met een caspase-remmer waren behandeld. Dit deel van het onderzoek werd uitgevoerd met twee verschillende caspase-remmers en beide substanties (een specifieke caspase-3-inhibitor en een pan-caspase-inhibitor) bleken de door EGCG opgewekte apoptose in belangrijke mate tegen te gaan.
Door de auteurs werd verder nagegaan welk effect EGCG uitoefende op het in de cellen aanwezige poly(ADP-ribose)polymerase ofwel PARP. Indien deze belangrijke stof in verschillende fragmenten wordt gesplitst en daardoor haar normale werkzaamheid verliest, wordt een onomkeerbaar proces in gang gezet dat in het afsterven van de cel resulteert. De splitsing van PARP die onder invloed van caspase-3 proteasen bij apoptose plaatsvindt, verloopt echter volgens een ander patroon dan de PARP-splitsing die optreedt als cellen door necrose te gronde gaan. Daarom kon door onderzoek van de gevormde PARP-fragmenten worden aangetoond dat de door EGCG geïnduceerde celdood op apoptose en niet op necrose berustte. Dit werd nog verder bevestigd door het feit dat de PARP-splitsing werd belemmerd als de chondrosarcoomcellen vóórdat ze aan EGCG werden blootgesteld met een caspase-remmer werden behandeld.
Involvement of caspase-3 in epigallocatechin-3-gallate-mediated apoptosis of human chondrosarcoma cells; Islam S et al. (Department of Medicine, Case Western Reserve University, Cleveland, Ohio, USA); Biochemical and Biophysical Research Communications 270(3):793-797, 21 april 2000
Terug naar overzicht
|