Fascinerend overzicht van de relatie tussen voeding en kanker
Door: drs. E.F.G. Woerlee
Het schrijven van een recensie over het informatieve boek ‘Voedingsinterventie bij kanker, een signaal aan de klassieke oncologie’ van arts/bioloog Engelbert Valstar geeft veel voldoening. Valstar heeft een parate medische literatuurkennis en een consequente wetenschappelijke benadering van de relatie tussen voeding en kanker. Na publicatie van een medisch reviewartikel besloot hij een overzicht bij te houden van reguliere gerandomiseerde studies met voedingsstoffen, medicinale kruiden, lichaamseigen stoffen etcetera bij bestaande kanker.
Deze continu groeiende openbare wetenschappelijke verzameling is in te zien op www.ngoo.nl en op www.kanker-actueel.nl. Valstar beperkte de lijst, die de kern vormt van zijn innovatieve boek, tot effecten bij bestaande kanker en nam preventieve en retrospectieve studies er niet in op. Evenmin de tientallen reguliere publicaties van studies bij bestaande kanker –ondanks veel en soms sterke therapeutische voedingseffecten– waarbij geen gerandomiseerde controlegroep was uitgeloot, en ook niet de wél gerandomiseerde studies met regressie van minder ernstige voorstadia van kanker. Wel neemt hij gerandomiseerde studies rond bestaande kanker met neutrale of negatieve uitkomsten op. Hij controleert de studieopzet en analyseert kritisch wiskundig de resultaten van wél positieve studies. Door deze restricties voldoet de lijst na completering aan hoge medische criteria, blijft in tegenstelling tot medische reviews actueel en bevat diverse zeer waardevolle en betrouwbare onderzoeken over betere overlevingskansen, minder recidieven van kanker en geringere bijwerkingen van chemotherapie. Het overzicht bestond toen het manuscript van het boek gereed was nog uit 137 publicaties, maar is voor lezers, verzekeraars, professionals, beleidsmakers en patiënten momenteel al met veel inzet verhoogd tot 209. Elke inhoudelijke professionele analyse of aanvulling van de lijst met publicaties van gerandomiseerd uitgevoerde onderzoeken is zeer welkom.
Voor patiënten wordt het verband tussen voeding, suppletie en kanker in Valstars handzame boek spelenderwijs toegankelijk gemaakt. Het fascinerende overzicht bevat uitgebreide informatie, dus met voor lezers 'veel waar voor hun geld', maar ook regelmatig heldere samenvattingen met eenvoudig terug te vinden kopteksten. Voor patiënten geeft hoofdstuk 5 een zeer leesbaar overzicht van het basisdieet en de basissuppletie. Aangenaam is dat Valstar geleidelijk patiënten en hun achterban inwijdt in de resultaten van kankerresearch en begrijpelijke uitleg geeft over schijnbaar ingewikkelde voedingseffecten. Tevens is er een verklarende vakwoordenlijst. Voor hen die bij hun ziekte verantwoorde voedingskeuzes willen maken bevat dit boek een schat aan informatie.
Omdat de vergrijzing een flink stijgende kankerincidentie zal veroorzaken komt Valstars boek op een optimaal moment. Voeding plus voedingssuppletie kan in een vroegtijdig stadium een relatief belangrijke rol spelen bij het remmen van progressieve schade aan het DNA, bij preventie van recidieven van niet-erfelijke kankersoorten, bij het stimuleren van kankerceldodende apoptose, bij uitstellen van invasie, angiogenese, metastases etcetera. Dit wordt door oncologen gesteld in het boek ‘Nutritional Oncology’ van onder andere Harvard Medical School en het Memorial Sloan-Kettering Center in de V.S. Primair is preventie van kanker het belangrijkst, zoals door stoppen met roken naast verantwoorde voedingsadviezen waarvan Valstar het belang in zijn boek gedetailleerd toont. De door veel literatuur ondersteunde preventie die Valstar aanbeveelt, kan veel lijden voorkomen en helpt de extra hoge kosten van de gezondheidszorg door de toenemende vergrijzing te beheersen.
De kennis over voeding is recentelijk explosief toegenomen. Valstar staat voor evidence-based alternatieve geneeskunst, gecombineerd met de modernste reguliere behandeling. In hoofdstuk 2 van zijn boek staan overzichtelijk de gegevens met de grootste wetenschappelijke bewijskracht gerangschikt, maar worden hier uitgebreider behandeld dan in de openbare lijst. De hoofdstukken 1 en 3 tonen meer bewijsmateriaal en ook preventieve en case-control studies, net als dierproeven en regressie van voorstadia van humane kankersoorten. Niettemin worden in hoofdstuk 4 gegevens getoond waarvoor het bewijs nog ver te zoeken is, maar waarvan een positieve trend in celkweken, bij dieren en/of de mens gevonden is. Soms is er voor de patiënt een korte uitwijding naar andere volksziekten en dit bevordert de begripsvorming. Valstar maakt een zakelijk onderscheid tussen diverse kankersoorten, die net als in de reguliere opvatting als soms totaal verschillende ziektes met een gezamenlijke achtergrond worden gezien.
Er zijn personen die niet-inhoudelijk, maar op basis van gezag stellen ‘professioneel niet onder de indruk’ te zijn van een ‘ongevraagde’ literatuurlijst of innovatieve boeken, zoals dat van Valstar en ‘Nutritional Oncology’, en verzekeraars en patiëntenorganisaties in ons land nemen dit over. Nederland heeft echter een veelzijdige handelsgeest, sterke innovatieve research-intensieve multinationals (ook op voedingsgebied), een vakbekwame voedingsuniversiteit en een zeer grote stroom uitstekende en innovatieve medische publicaties. Hopelijk zullen geïnteresseerde medische professionals in het belang van de patiënten tijd willen besteden aan een open inhoudelijke analyse van Valstars boek en/of een professionele uitbreiding van zijn lijst van gerandomiseerde studies. Van inhoudelijke professionele analyses wordt niemand slechter en het tijdrovende zoeken naar literatuur is grotendeels al verricht. Ik hoop dat het heldere, veelomvattende boek ‘Voedingsinterventie bij kanker, een signaal aan de klassieke oncologie’ zal bijdragen aan voor patiënten essentiële stapsgewijze innovaties. Tevens hoop ik dat een inhoudelijke benadering en een externe uitbreiding en/of correctie van Valstars openbare baanbrekende studielijst versneld zal leiden tot inzicht in de relatie voeding en kanker, waardoor dit relatief bescheiden maar soms zeer krachtige element op redelijke termijn zal kunnen worden geïntegreerd in de behandeling.
(april 2003)